|
Basiswaarden van het All Win Network Voor het afwegen van de belangen van de Aarde, Planten, Dieren en Mensen gaat het All Win Network uit van basiswaarden zoals: De essentie van alle spirituele waarden Psychosofia reikt aan: Er is één
Geest van waarheid en liefde, I De ene Bron van waarheid en liefde is de oorsprong en bestemming van al het geschapene. Deze ene Bron van waarheid
en liefde heeft een oneindige uitstraling van lichtende energieën. De mens is het hoogst geëvolueerde
bewustzijn op de planeet Aarde. II De goddelijke natuur van de mens is de onsterfelijke ziel van de stoffelijke menselijke persoonlijkheid.De ziel bestaat uit twee componenten. De ene component van de
ziel is de éénheid met de goddelijke natuur. III Een levensbeschouwing, een weg van lering om tot vernieuwde inzichten te kunnen komen.
Vrij van oude afhankelijkheid aan een persoonlijke
God die straft of beloont.
De avatar (=gezondene) Boeddha bracht het bewustzijn van de kringloop van levens. Transformatie van negatieve aspecten van het karma leidt tot verlossing. Verlossing wil zeggen komen tot innerlijke vrijheid door inschakeling van de vrije wil vanuit de eenheid met de eigen goddelijke natuur. De avatar Jezus de Christus bracht de realisatie
van de goddelijke natuur in de mens, door zijn voorbeeld. Hij bracht
de mensheid tot het punt van verlossing van het karma door zijn realisatie
als mens vanuit de goddelijke natuur, door zijn acceptatie en overgave,
door waarheid en liefde in werkelijke vergeving |
Basiswaarden van het AllWinNetwerk 1. De essentie van alle spirituele waarden 2. De gulden regel van alle godsdiensten 3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap 3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid 3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede 4. De grondrechten van het gedomesticeerde dier
|
|
|
|
|
2. De gulden regel van alle godsdiensten Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden 3. Handvest van de Aarde Preambule: De aarde, ons thuis. De mensheid maakt deel uit van het uitgestrekte universum. De aarde, ons thuis, is een unieke leefgemeenschap. De natuurkrachten maken van ons bestaan een veeleisend en onzeker avontuur, maar de aarde verschaft ook de omstandigheden die essentieel zijn voor de ontwikkeling van het leven. Het welzijn van de leefgemeenschap en de mensheid hangt af van het behoud van een gezonde biosfeer, in het bijzonder van schone lucht, zuiver water, vruchtbare grond en een rijke verscheidenheid aan planten, dieren en ecosystemen. Het milieu op aarde met haar uitputtelijke energiebronnen is een grote gemeenschappelijke zorg voor de gehele mensheid. De bescherming van de levens-vatbaarheid, diversiteit en schoonheid van de aarde is een heilige taak. De situatie op de aarde. De dominantie van productie
en consumptie veroorzaakt enorme schade aan het milieu, uitputting van
de natuurlijke rijkdommen en het massaal uitsterven van dier- en plantensoorten.
Gemeenschappen worden bedreigd. De keuze is aan ons: met vereende krachten voor de aarde en voor elkaar zorgen of de vernietiging van onszelf en de verscheidenheid van het leven riskeren. Fundamentele veranderingen in onze waarden en normen, gevestigde gewoontes, regels en levenswijze zijn noodzakelijk. We moeten ons realiseren dat als aan de basisbehoeften is voldaan, de menselijke ontwikkeling voornamelijk gaat over meer zijn, niet over meer hebben. We beschikken over de kennis en de technologie om in ieders behoeften te voorzien en om onze schadelijke invloed op het milieu te verminderen. De opkomst van een wereldburgermaatschappij biedt nieuwe mogelijkheden om een democratische en menselijke wereld op te bouwen. De uitdagingen op het gebied van milieu, economische, politieke, sociale en spirituele problemen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Samen kunnen we de oplossingen vinden om deze problemen op te lossen. Universele verantwoordelijkheid. Om deze doelstelling te realiseren moeten we de dringende noodzaak gaan inzien om onszelf te identificeren met de gehele wereldsamenleving én met onze eigen lokale gemeenschap. We zijn zowel burgers van verschillende naties als wereldburgers. Het lokale en het mondiale vloeien in elkaar over. Iedereen draagt verantwoordelijkheid voor het huidige en toekomstige welzijn van de mensheid en de rest van de wereld. De geest van menselijke solidariteit en verwantschap met alles wat leeft wordt versterkt wanneer we leven met eerbied voor het mysterie van het zijn en dankbaar zijn voor het feit dat we leven en nederig de plaats van de mens binnen het grotere geheel kunnen zien. Het is absoluut noodzakelijk om een gemeenschappelijke visie te hebben op fundamentele waarden die de ethische basis verschaft voor de opkomende wereld-samenleving. Daarom bevestigen wij, verenigd in hoop, de volgende onderling afhankelijke beginselen voor een duurzame ontwikkeling die zullen dienen als gemeenschappelijke norm voor het gedrag van individuen, organisaties, ondernemingen, regeringen en transnationale instellingen. |
Basiswaarden van het AllWinNetwerk 1. De essentie van alle spirituele waarden 2. De gulden regel van alle godsdiensten 3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap 3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid 3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede 4. De grondrechten van het gedomesticeerde dier
|
|
De algemene uitgangspunten 1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap. De aarde en het leven in al zijn verscheidenheid respecteren a. Erkennen dat alle schepsels onderling afhankelijk zijn en dat elke levensvorm, ongeacht zijn belang voor de mens, waardevol is. Geloven in de inherente waardigheid van ieder individu en het intellectuele, artistieke, ethische en spirituele vermogen van de mensheid bevestigen. 2. Met begrip, compassie en liefde voor de gemeenschap zorgen. Accepteren dat het recht op het bezit, beheer en gebruik van natuurlijke rijkdommen de verantwoordelijkheid met zich meebrengt milieuschade te voorkomen en de mensenrechten te beschermen. Bevestigen dat grotere vrijheid, kennisen macht ook grotere verantwoordelijkheid met zich meebrengt om het algemeen belang te dienen. 3. Democratische maatschappijen opbouwen die rechtvaardig, betrokken, duurzaam en vreedzaam zijn. Verzekeren dat gemeenschappen de mensenrechten en de fundamentele vrijheden op ieder niveau garanderen en iedereen in de gelegenheid stellen zich volledig te ontwikkelen. Sociale en economische rech-tvaardigheid bevorderen die een ieder in staat stelt een veilig, ecologisch verantwoord en betekenisvol leven op te bouwen. 4. De rijkdommen en de schoonheid van de aarde voor de huidige en toekomstige generaties veiligstellen. Erkennen dat de handelwijze van elke generatie bepaald wordt door de behoefte van toekomstige generaties.Waarden, tradities en regelgeving, die de menselijke gemeenschap en het ecologische systeem op de lange termijn ondersteunen, doorgeven aan toekomstige generaties. Om deze onderling met elkaar
verbonden ethische ideeën te verwezenlijken is het noodzakelijk: |
Basiswaarden van het AllWinNetwerk 1. De essentie van alle spirituele waarden 2. De gulden regel van alle godsdiensten 3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap 3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid 3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede |
|
II. Ecologische integriteit
a. Op alle niveaus duurzame
ontwikkelingsplannen en reglementering toepassen die het behoud en het
herstel van het milieu een onderdeel maken van alle ontwikkelingsinitiatieven.
6. Het voorkomen van schade als de beste vorm van milieubescherming en, wanneer de deskundigheid beperkt is, voorzorg-maat-regelen nemen. a. Tot handelen overgaan
om de kans op ernstige of onherroepelijke schade aan het milieu te voorkomen,
zelfs als het wetenschappelijke bewijs hiervoor onvolledig of niet overtuigend
is. 7. Consumptie-, productie- en reproduc-tieplan-nen toepassen die de regenererende capaciteiten van de aarde, de mensenrechten en het maatschappelijk welzijn respecteren en beschermen. a. De materialen die gebruikt
worden voor productie en consumptie verminderen, hergebruiken en recyclen
en ervoor zorgen dat achterblijvend afval verwerkt kan worden door ecologische
systemen. 8. Het voortzetten van de studie van ecologische duurzaamheid en het bevorderen van een vrije uitwisseling en uitgebreide toepassing van de uit deze studie verkregen kennis. a. De internationale wetenschappelijke
en technische samenwerking ondersteunen met speciale aandacht voor de
behoeften van ontwikkelingslanden. |
Basiswaarden van het AllWinNetwerk 1. De essentie van alle spirituele waarden 2. De gulden regel van alle godsdiensten 3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap 3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid 3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede |
|
III. Sociale en economische rechtvaardigheid.
a. Het recht op drinkwater,
schone lucht, voedsel, niet-verontreinigde grond, onderdak en veilige
afvalverwerking garanderen en de hiertoe benodigde middelen nationaal
en internationaal toekennen. 10. Verzekeren dat economische activiteiten en instellingen de menselijke ontwikkeling op elk niveau op een rechtvaardige en aanvaardbare wijze bevorderen. a. Een rechtvaardige verdeling
van rijkdom in en tussen landen onderling bevorderen. d. Openbaarheid en transparantie van multinationals en internationale financiële instellingen eisen en hen aansprakelijk stellen voor de consequenties van hun activiteiten. 11. De gelijkheid van de seksen en de rechtsregels waarborgen als een noodzakelijke voorwaarde voor duurzame ontwikkeling en de universele toegang tot het onderwijs, de gezondheidszorg en economische groei. De mensenrechten van vrouwen
en meisjes zekerstellen en een eind maken aan elke vorm van geweld tegen
hen. 12. Zonder onderscheid te maken het recht van ieder individu op een natuurlijke en sociale omgeving, die zijn of haar waardigheid, fysieke gezondheid en geestelijk welzijn ondersteunt, respecteren en beschermen met bijzondere aandacht voor de rechten van inheemse volkeren en minderheden. a. Discriminatie in al haar verschi-jningsvormen,
zoals discriminatie naar ras, huidskleur, sekse, seksuele geaardheid,
religie, taal en nationale, etnische of sociale achtergrond uitroeien.
|
Basiswaarden van het AllWinNetwerk 1. De essentie van alle spirituele waarden 2. De gulden regel van alle godsdiensten 3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap 3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid 3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede |
|
IV. Democratie, geweldloosheid en vrede
a. Voor iedereen, en vooral
voor kinderen en jongeren, educatieve mogelijkheden verschaffen die
hen in staat stellen een actieve bijdrage te leveren aan duurzame ontwikkeling.
15. Alle levende wezens met respect en mededogen bejegenen. a. Wreedheden tegen in
de menselijke samenleving gehouden dieren voorkomen en ze voor lijden
behoeden. 16. Een cultuur van tolerantie, geweldloosheid en vrede bevorderen. a. Wederzijds begrip, solidariteit
en samenwerking tussen alle volkeren aanmoedigen en ondersteunen, op
nationaal niveau en tussen landen onderling. De weg die voor ons ligt Nog nooit eerder in de geschiedenis dwong het besef van ons gezamenlijke lot ons tot het zoeken naar een nieuw begin. De belofte van die vernieuwing ligt verankerd in de beginselen van dit Handvest van de Aarde. Om deze belofte in te lossen moeten we ons inzetten om de waarden en idealen van het Handvest van de Aarde toe te passen en te bevorderen.
Om een duurzame wereldwijde samenleving op te bouwen moeten alle landen van de wereld hun betrokkenheid bij de VN vernieuwen, hun verplichtingen nakomen onder de bestaande internationale overeenkomsten en de beginselen van het Handvest van de Aarde toepassen door middel van een wettelijk bindend verdrag over milieu en ontwikkeling. Laat dit tijdperk de geschiedenis ingaan als
een tijdperk waarin een nieuw respect voor het leven, een sterke beslissing
om duurzaamheid te bereiken, de versnelling in de strijd voor rechtvaardigheid
en vrede, en de vreugdevolle viering van het leven ontwaken.
|
Basiswaarden van het AllWinNetwerk 1. De essentie van alle spirituele waarden 2. De gulden regel van alle godsdiensten 3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap 3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid 3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede |
|
Inleiding.In 40 jaar tijd ontwikkelde zich in Nederland een agro-industrie van meer dan 37 miljoen
kippen, bijna 44 miljoen slachtkuikens, een kleine 14 miljoen varkens,
4,5 miljoen rundvee en meer dan 1,5 miljoen schapen op dagbasis. Meer
dan driekwart van deze intensieve veeteelt is op de export gericht.
Het wezenlijke belang van het dier en zijn welzijn is in de loop van
de jaren steeds meer ondergeschikt gemaakt aan economische belangen.
De laatste jaren is er echter steeds opnieuw sprake van een catastrofe
in de dierenwereld.Op grote schaal vinden er epidemieën en ziektes plaats,
zoals de varkenspest, de gekke koeien ziekte, ziekte onder de kippen,
en nu recent mond en klauwzeer (MKZ).Juist door de grote economische
exportbelangen en de inbedding binnen een EU-verband, waarin een anti-vaccinatiebesluit
in 19' verbood dieren in te enten, leek het enige antwoord daarop dat
de dieren bij ziekte op gigantische grote schaal afgemaakt moesten worden.
In verhullende taal wordt er gesproken over ruimen. Zo zijn er in de
recente MKZ-crisis 280 duizend dieren alleen al gedood in
Nederland.Al eerder heeft Marieke de Vrij vanuit haar vele heldere
vermogens op vele maatschappelijke terreinen gewerkt, waaronder dierenleed.
Zij is in staat collectieve velden intuïtief, uiterst gedetailleerd
te lezen, waardoor zij beschrijvingen afgeeft van het dierenleven zoals
het dier zichzelf beleeft.Binnen de collectieve velden van dieren is
het leed sterk toenemend en leidt tot steeds grotere catastrofes van
degeneratie van diersoorten en ontzield leefgedrag.Beschrijvingen die
zij hierover afgeeft raken de mensen diep omdat men niet het dier bekijkt
maar voelend ervaart. Speciale publicaties zijn hierover beschikbaar
of in de maak. De grondrechten van het gedomestiseerde dier behelzen
slechts de samenvatting van haar ondervindingen.Zij publiceerde eerder
over de varkenspest en de gekke koeienziekte in de volgende uitgaven: 'Hebben de varkens de pest aan ons gekregen?' en 'Koeioneert
de mens de koe?; (Te
bestellen; zie aan het slot van de inleiding.)
Het doorgeven van de Grond-Rechten van het Gedomesticeerde Dier is essentieel om de intrinsieke waarde van het dier te herstellen en zo zijn positie en taak hier op aarde weer dierwaardig te laten zijn. Daarnaast is het noodzakelijk dat de mens het wezenlijke contact en de werkelijke taak van de mens als Behoeder van het Dier, weer op zich neemt. De mens is zich nog te weinig bewust van de wederzijdse afhankelijkheid van het dier ten opzichte van de mens. Hij heeft nauwelijks contact meer met de werkelijke betekenis die het dier heeft voor de mens en op bewust niveau is te vaak de band met het dier verbroken. Op wezenlijk niveau kan dit niet, vandaar dat als het ware, de natuur ingrijpt om de mens tot herstel te dwingen.Vanuit allerlei groeperingen en instituties die op het Dierenwelzijn werkzaam zijn, wordt deze proep steeds beter begrepen. Men is zich er steeds meer van bewust dat, willen er de komende jaren niet opnieuw allerlei catastrofes en ziektes zich voordoen onder de gedomesticeerde dieren, het roer drastisch om zal moeten. Er zal echt gekeken moeten worden hoe het dier in zijn wezenskenmerken het beste tot zijn recht kan komen en gediend wordt en uiteindelijk hiermee ook het beste in verbinding met de mens functioneert.Deze Grond-Rechten van het Gedomesticeerde Dier kunnen hierbij een ijkfunctie vervullen.Noodzakelijk is dat deze rechten, waarin vele specifieke aanvullingen staan, in samenhang met reeds bestaande en eerder geformuleerde rechten van andere Dieren-organisaties, op grote schaal bekendheid gaan verkrijgen en dat allerlei individuen, groeperingen en instanties, met name deoverheid, deze gaan erkennen en ze als richtsnoer gaan gebruiken in hun visie om tot een echt dierwaardig beleid te komen. Het is een noodzakelijke stap, wil de mens zijn taak als Behoeder van het Dier weer echt op zich nemen.Voor meer informatie over het werk van Marieke de Vrij: Stichting MV4, tel 030-2718813 E-mail: sec@mariekedevrij.org. Internet: www.mariekedevrij.org De volgende rapporten zijn te bestellen:-Koeioneert de mens de koe ? (f.31.-)-Hebben de varkens de pest aan ons gekregen? (f.18.50)Betaling via girorekening 7409374 t.n.v. Stichting MV4, Hazerswoude of Bankrekening Triodosbank Zeist, nr 21.21.76.498. Graag titel van het rapport vermelden.
Grond-Rechten van het Gedomesticeerde
Dier.
Het
rechtmatig zichzelf aanwezig weten op aarde, en zich daarmee goed te
weten Het
recht op het uiten van de natuurlijke evolutiedrang. Het recht om binnen de omgang met soortgenoten, waar strikt soortspecifieke normen gehanteerd worden, de eigen rechten te verkennen.
Toelichting op de Rechten.
Algemeen. Het formuleren van deze rechten van het
dier is noodzakelijk om het dier tot uitkristallisatie te laten komen
van zijn eigen bewustzijn. Dit houdt in dat aan een aantal fundamentele
grondrechten en behoeftes van het dier voldaan moet worden, afgestemd
op zijn aard en wezen en in samenhang met zijn taak en positie ten opzichte
van de mens en omgekeerd.De mens is behoeder van de schepping en daarmee
van de dieren. Uitgangspunt is dat mens en dier in een grote onderlinge
en van elkaar afhankelijke samenhang verbonden zijn. Uitgangspunt is
tevens dat deze onderlinge samenhang en verbondenheid op grote schaal
in het collectief veld verbroken is, met alle noodlottige gevolgen vandien.
Op onderdelen. Ter verduidelijking van de 22 rechten volgt
op elk recht een korte toelichting met voorbeelden waarin de grond-rechten
geschonden worden.Hierbij is gebruik gemaakt van voorbeelden van gedomesticeerde
dieren die in Nederland de grootste aantallen vormen: kippen (500 miljoen),
varkens (40 miljoen) en koeien (4 miljoen), die op jaarbasis geconsumeerd
worden.Een belangrijke informatiebron over feitelijkheden, die bij de
voorbeelden genoemd wordt, komt uit een onderzoek van de Universiteit
van Wageningen over het welzijn van dieren in de veehouderij (93In het
belang van het dier Francien H. de Jonge/Eric A.Goewie. van Gorcum 2000.
ISBN 90 232 35541) Een bijzonder waardevol boek en beslist een aanrader
om het te lezen. Ad 1) Het rechtmatig aanwezig en goed zijn. Dit recht geeft aan
dat elk dier geschapen is met een specifiek en wezenlijk waardevol doel. Ad 2) Natuurlijke evolutiedrang. Het is belangrijk dat ieder dier
in vrijheid zichzelf en zijn eigen aard kan waarnemen als voortkomend
uit een ras dat het middels zijn tussenkomst voortzet. Daarmee bouwt
hij voort op dat wat reeds voor hem is neergelegd. De mens belemmert
de natuurlijke evolutiedrang van de dieren door in
te grijpen en wezenlijke veranderingen te bewerkstelligen o.a.
door genetische manipulaties en klonen.Een voorbeeld van genetische
manipulatie is de dikbilkoe, waarbij sprake is van een eenzijdige fokstrategie,
die gericht is op bevleesdheid. De gevolgen hiervan zijn dat deze dieren
niet meer op een normale wijze kalveren kunnen krijgen, omdat de kalveren
door een extreme bespiering te groot zijn voor de bekkendoorgang. 80%
van de kalveren van de dikbilkoe, worden met een keizersnede ter wereld
gebracht. Bij normale runderen is dat 1,7%.Een ander voorbeeld is het
vleeskuiken. In de pluimveesector zijn de vleeskuikenrassen zo gefokt
dat zij zoveel mogelijk groeien in zo min mogelijke tijd. Binnen 6 weken
bereiken vleeskuikens een slachtgewicht van 1.8 tot 2.2 kg en groeien
gemiddeld per dag 80 gram. Een vergelijkbare gewichtstoename zou bij
mensen betekenen dat een baby na 6 weken ongeveer 120 kg zou moeten
wegen. Een dergelijke 'groeistuip' heeft ernstige gevolgen voor de skeletgroei
, de capaciteit van de longen en het hart. Een gevolg hiervan is o.a.
dat dedieren letterlijk dood vallen. Ze worden dagelijks tot het uiterste
vetgemest, incalculerend dat dat iedere dag slachtoffers vraagt. Het
totaal aantal vleeskuikens in Nederland bedraagt momenteel 48.3 miljoen op dagbasis. Er is een onderzoek gaande
waarin deze gezondheids - en welzijnsproblemen bij vleeskuikens worden
onderzocht in een samenwerkingproject tussen het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen.De
invalshoek van het onderzoek is er echter op gericht om 'welzijnswinst'
te behalen bij gelijkblijvende productie-efficiëntie. Ofwel, de vraag
is hoe sterk het dierenwelzijn opweegt tegen het economische belang.
De eenzijdige gerichtheid op zoveel mogelijk productie (bulk) en zo
groot mogelijke winst, zorgt dat er geen oog kan zijn voor het dierenwelzijn.Met
name komt dat specifiek tot uitdrukking in de wijze waarop men met het
mannelijke dier omgaat.In wezen is er sprake van een enorme genocide
onder mannelijke consumptiedieren.Het mannetjesdier heeft in economisch
opzicht minder nut en fungeert uitsluitend voor b.v. de voortplanting
en versnelde vleesproductie. Echter omdat er in bijna alle sectoren
met kunstmatige inseminatie wordt gewerkt, vergt dit een beperkt aantal
dieren. Met name bij stieren is een extreem kleine groep fokstieren
verantwoordelijk voor het nageslacht van de koe in Nederland.Zo wordt
het mannelijk big onverdoofd gecastreerd om vervolgens in 17 weken vetgemest
te worden tot 110 kg, om b.v. tot parmaham te worden verwerkt in
Italië. Op jaarbasis worden 40 miljoen eendagshaantjes levend
versnipperd in de shredder
of door middel van gas gedood.
Ad 3) Verkenning van eigen rechten. Dicht opeengepakt hebben dieren
geen mogelijkheid tot rituele bewegingen, zoals bijvoorbeeld de rituelen tussen mannetjesdieren ter bevestiging
van leiderschap of bijvoorbeeld paringsdansen.Mannelijke en vrouwelijke
dieren worden uitsluitend op 'productie-niveau' nog met elkaar in contact
gebracht, zoals in de pluimveesector (vleeskuikenouderdierbedrijven),
wordt per tien hennen een haan geplaatst. Bij deze hanen worden onder
andere de sporen en teenkootjes verwijderd om beschadiging van de hennen
tijdens de bevruchting te voorkomen
Ad 4) Eigen gemeenschap. Het kalf
wordt direct na de geboorte gescheiden wordt van de koe en het
big na 3 tot 4 weken afgespeend
van de zeug, hierdoor is er geen mogelijkheid voor de jonge dieren
om via spelgedrag en voorbeeldgedrag van het oudere dier zich te kunnen
identificeren en een soort-eigen gedrag te kunnen ontwikkelen. Kuikens
die uitgebroed zijn in de broedmachine verliezen daardoor heel primair
hun natuurlijk basis- identiteitsgevoel. Zij ervaren namelijk niet eens
de moederkip bij het uitbroeden en bij de geboorte
Ad 5) Telepatisch
contact. Wil
het dier wezenlijk aarden en zijn eigen identiteit op een dierwezenlijke
wijze vorm geven, dan moet het dier in een omgeving verkeren waarin
geen overstemmende geluiden van allerlei aard ofandere blokkerende invloeden
die het telepatisch contact in de weg staan, aanwezig zijn. Indien dit
wel het geval is, dan kan het dier onvoldoendetot geen telepatisch contact
onderhouden met zijn soortgenoten. Dittelepatisch contact vindt ondermeer
plaats doordat dieren beelden in hun geest creëren die door soortgenoten
opgenomen worden, bijvoorbeeld beeldenvan voer, water, paringsgedrag
etcetera. Indien in de omgeving te overstemmende geluiden zijn, raakt
het dier verdoofd82 in zichzelf gekeerd innerlijk uitgeput en kan zichzelf
daarna innerlijk niet meer verstaan binnen zijn wezenskenmerken en aanvoelend
naar andere dieren openstaan. Als voorbeeld: In de legbatterijen in
de kippenindustrie verblijven tienduizenden kippen in hokken, opeengestapeld
in kooien in een oorverdovend gekrakeel, dat voornamelijk uit nood voortkomt.
Ad 6) Speelgenot. In deze gaat het om het prikkelen van de zintuigen
vanuit een aangename ervaring, waardoor het dier zelfgenoegen ervaart
in relatie tot zichzelf en anderen. Zo vinden varkens bijvoorbeeld modderbaden
heerlijk, koeien kunnen 's nachts intens genietend naar de sterrenhemel
kijken en kippen houden van stofbaden.
Ad 7) Gezond water en voedsel. Voorbeelden hiervan zijn insecticiden
en andere vormen van verontreiniging, waaronder ook de hormonen van
de pil die door de vrouw uitgescheiden worden en via het riool in het
slootwaterterechtkomen en zodoende
de gezondheid en vruchtbaarheid van de dieren bedreigen.Dieren
missen hun eigen zoekgedrag naar natuurlijk zelfgevonden voedsel. Nu
dienen zij te eten wat hen aangeboden of opgedrongen wordt. (zie hiervoor
verder ad 11).Zo eten runderen van nature vegetarisch voedsel, in weerwil
hiervan kregen deze dieren
tot voor kort dierlijk voedsel toegediend, zoals beenderenmeel. Hieraan
wordt onder andere het ontstaan van de BSE-ziekte toegekend.
Ad 8) Natuurlijk dag- en nachtritme. Vele dieren leven
niet meer in een natuurlijke omgeving buiten. Honderden miljoenen dieren
waaronder kippen) verblijven dag en nacht in hokken en stallen waarin
normaal daglicht niettot minimaal aanwezig is en zij daardoor altijd
of voornamelijk bij kunstlicht moeten verblijven. Zo is de wettelijk
verplichte lichtsterkte bij de varkenshouderij zeer laag en in de stallen
op dierhoogte 12 lux.In stallen en legbatterijen wordt het licht in
een keer aangedaan en gedoofd, zodat er geen natuurlijke overgang is
met een schemerfase.
Ad 9) Beschutting. Koeien worden bijvoorbeeld langdurig binnengehouden,
soms zelfs permanent, ondanks weersomstandigheden buiten, waarin het
goed mogelijk zou zijn om overdag enige tijd of langdurig buiten te
vertoeven.Het zou hun weerbaarheid verhogen en hun constitutie versterken
als de dieren ook in winteromstandigheden regelmatig gelucht zouden
worden.
Ad 10) Passende ondergrond. De hoeven- en potenstructuur
van het dier zijn wezenlijk van belang voor het weet hebben van de eigen
identiteit. Indien de omgeving niet voldoet aan een aantal basisvoorwaarden,
die een goede conditie van de hoeven of poten van het dier waarborgen,
dan wordt zijn identiteit wezenlijk aangetast. Bij alle dieren in de
intensieve veehouderij speelt poot-, hoef- dan wel klauwproblematiek.In
de pluimveesector en met name bij de vleeskuikens ontstaan door de overmatige
vervetting, o.a. pootbreuken en degeneratie-verschijnselen van het ras.Tevens
is er in de varkenshouderij sprake van pootgebreken. Schrijnend is wat
met de fokzeugen gebeurt. Door het moeten verblijven in te krappe ligboxen
en een te hoge, geforceerde biggenproductie (gemiddeld twee maal
per jaar 10 biggen), wordt bij 8% van de dieren kreupelheid gesignaleerd
en bij 86% klauwlesies. In zijn algemeenheid wordt de kans op pootgebreken
nog eens versterkt door roostervloeren en glibberige betonvloeren.
Ad 11) Het zelf innemen van voedsel. Vooral in de pluimvee-
en varkenssector is er sprake van een voederbeleid dat gericht is op
zo optimaal mogelijk 'produceren' cq vetmesten, dan wel juist niet vetmest
en. De dieren krijgen onnatuurlijk voedsel opgedrongen, waar ze in natuurlijke
omstandigheden kieskeurig naar zouden zijn. Dit kant- en klare voedsel
leidt o.a. tot gebitsdegeneratie en speekselproblemen. Het zelf vinden
van voedsel wordt hen onthouden, zoals kippen de hele dag graag scharrelen
en het varken steeds de behoefte heeft om in de grond te wroeten en
te foerageren.Fokzeugen krijgen op de meeste bedrijven tweemaal daags
voederbrokken die ze in ongeveer vijf tot tien minuten verorberd hebben.
Deze voeding voldoet aan
de minimale nutritionele behoefte, maar is mede veroorzaker van een
zeer beperkt verzadigingsgevoel en tot het veelvuldig optreden van stereotiep
gedrag en zelfs vormen van volledige apathie.Bij kippen en met name
bij vleeskuikens wordt
misbruik gemaakt van het geen maat kunnen houden bij het eten, (door
een ontregelde hypothelamus).Hierdoor komt de krop tevol te zitten en wordt de luchtpijp deels dichtgedrukt en lijdt
het dier aan zuurstofgebrek.
Ad 12) Natuurlijke, kenmerkende leeftijdsfasen. Het gemiddelde consumptiedier
haalt vaak niet eens 1/6 van zijn natuurlijk gemiddelde leeftijd. Dit
heeft als gevolg dat er onvoldoende inlevingsvermogen bestaat op het
niveau van alle leeftijdscategorieën die voor het dier haalbaar zijn.
Versterkte degeneratie en de langdurig doorwerkende gevolgen van inteelt
kunnen onvoldoende waargenomen worden. Bijvoorbeeld bij het koeienras.
Een mannetjeskalf wordt gemiddeld 3 maanden, terwijl een volwassen stier
17 tot 18 jaar kan worden.Een ander voorbeeld is de fokzeug. Door de
wijze waarop er met hen wordt omgesprongen, zijn de dieren binnen twee
tot twee en half jaar 'opgebrand en worden vervangen door weer 'verse
dieren'. De geschatte levensduur voor varkens onder natuurlijke omstandigheden
is 12 tot 15 jaar.Een kip kan normaliter ongeveer 7 jaar oud worden.
Ad 13) Gezondheidsbevorderende omstandigheden. Bij voldoende ruimte
voor dieren om te leven, wordt de doorbloeding en het spierstelsel versterktdoor
de natuurlijke bewegingsloop.Echter in de pluimvee- en varkenssector
is er een strijd gaande tussen de overheid als wetgever en de sector
om met zo krap mogelijk bemeten ruimte, zoveel mogelijk dieren te 'huisvesten'.Een
strijd die over vierkante centimeters gaat. Zo is in de leghenhouderij,
per hen de beschikbare ruimte zo beperkt, dat een groot aantal voor
een kip normale gedragingen niet mogelijk zijn, zoals geheel rechtop
staan, allerlei rek- en strekbewegingen, het slaan met de vleugels,
het innemen van afstand tot een ander dier etc. Dan kunnen ze geen stofbad
nemen, is er geen legnest aanwezig en ontbreek het aan een zitstok.Aangezien
men nu uit 'jarenlang' onderzoek heeft geconstateerd dat dit het welzijn
van de dieren ernstig schaadt, is er recent( juli 1999) een Europese
regelgeving tot stand gekomen, die de leghenbatterij in zijn huidige
vorm verbiedt vanaf 1 jan. 2012 !! Tussentijds moet de ruimte per 2003 per hen vergroot worden
van 450 vierkante centimeter, naar 550 cm. Dit betekent altijd nog dat
het dier te krap behuisd is en o.a. nog steeds niet zijn vleugels kan
uitslaan.Een ander macaber voorbeeld is de fokzeug in de ligbox van
55-65 breed en 180-190 cm lang, tussen hekwerken in, hierin kan het
dier slechts staan, zich niet keren en om te gaan liggen, moet het zich
laten vallen en steken zijn poten uit tegen het dier aan naast zich
in het hok.
Ad 14) Opbouw natuurlijke afweerstoffen. Een voorbeeld hiervan
is dat gemiddeld het sterfterisico bij een mond en klauwzeer uitbraak
5% van de besmette dieren is, als de ziekte normaal zou kunnen uitwoeden.
Bovendien zouden de overgebleven dieren meer resistent zijn geworden.
Ad 15) Natuurlijke voortplantingsrituelen en ritmes. Sommige
topkoeien in de V.S. worden dusdanig met hormonen bewerkt om tijdens
een enkele eisprong 10-15 eitjes te produceren. Deze worden
vervolgens verwijderd en kunstmatig bevrucht, naar Nederland vervoerd
in een levend konijn, om hier middels draagmoederschap van koeien, kalveren
te produceren. Deze koeien zijn eveneens via hormonale toediening daarop
voorbereid. Ten gevolge van de huisvesting en de hoge reproductie-eisen,
ontstaat er bij de fokzeug een chronische stress die negatief inwerkt
op de vruchtbaarheid en de bronstigheid van de fokzeugen.Ten gevolge
hiervan is het in de varkenshouderij regel dat de fokzeugen met hormoonpreparaten
worden ingespoten om weer bronstig te worden en om vroegtijdig drachtig
te worden.Hetgeen bij zoogdieren o.a. tot verslapping van het buikweefsel
leidt.Als extra 'productievoordeel' wordt gezien dat door toediening
van deze preparaten en kunstmatige inseminatie, dieren synchroon bevrucht
kunnen worden in 'productiegroepen', zodat de varkenshouderij zo effectief mogelijk gemaakt wordt.Biggen worden
na 3 tot 4 weken 'gespeend' (van de zeug weggehaald), bij een natuurlijk proces zou tot 10 weken
zijn. Doordat de biggen op veel te jonge leeftijd over moeten gaan naar
vast voer, leidt dat tot grote verstoring van hun maagdarmstelsel. De
biggen krijgen o.a. last van 'speendiarree Door middel van antibiotica,
groeibevorderaars en zink- en koperproducten, worden deze symptomen
bestreden. Dit heeft weer gevolgen voor de volksgezondheid.Bij zeugen
die in familieverband zijn opgegroeid worden minder biggetjes doodgedrukt.Bij
kippen veronderstelt men dat pikken en kannibalisme minder voorkomt
als een kuiken het sociale gedrag van de hen kan imiteren.
Ad 16). Ontwikkelen van bestaansrecht en soortidentiteit. Wil het dier overeenkomstig
zijn aard en identiteit op een gezonde evenwichtige wijze voortleven
en een goed nageslacht voortbrengen, dan is het van wezenlijk belang
dat het na de geboorte gekoesterd en bemind kan worden door zijn ouders
c.q. het moederdier. Vanuit de menselijke productiedrang wordt dit honderden
miljoenen dieren in Nederland ontzegd.
Ad 17) Rouwverwerking. Op dit moment worden op grote schaal en
op grove wijze jonge dieren bij de ouder(s) weggehaald, zonder ruimte
voor rouwverwerking. Zowel voor het jong als voor de ouder(s) heeft
dit wezenlijke gevolgen voor de gezondheid en identiteit van de soort.
De familie- en groepsverbanden worden oneigenlijk en onnatuurlijk doorbroken,
zoals bij varkens, die van nature in familiegroepen leven.Daarnaast
bestaat de collectieve rouw omtrent vervroegd levensverlies.
Ad 18) Zelfoverleving. In abattoirs vinden zeer emotionele, dramatische
taferelen plaats, gepaard gaande met heftige angstgevoelens bij de dieren.
Dieren die zich werkelijk schikken om te sterven ervaren natuurlijke
offerbereidheid hieraan.
Wanneer het dier zich niet schikt gaan we voorbij aan zijn eigen bewustzijnsrecht.
Ad 19) Onnodige offerbereidheid. In alle sectoren van de intensieve
veehouderij (vooral in de kippen- en varkenshouderij) worden dieren
op grote schaal misbruikt en opgeofferd.Xenotransplantatie is een bekend
voorbeeld van inbreuk op dit recht. Als voorbeeld het doneren van hartkleppen
van varkens aan menselijke patiënten. In de pluimveesector worden b.v.
slachtkuikenouderdieren opaparte bedrijven gehouden. Dit zijn de dieren
die de eieren produceren waaruit de vleeskuikens geboren worden. Om
een zo groot mogelijke eierproductie te verkrijgen (829 miljoen eieren
per jaar) worden slachtkuikenouderdieren, om vervetting, skeletmisvormingen,
hart-en longproblemen tegen te gaan, op rantsoen gezet. Hun rantsoen
is 40% van wat ze normaal zouden eten. Het gevolg is dat de dieren honger
lijden en afwijkend gedrag gaan vertonen zoals agressie, stereotypieën
en verenpikken.Bij kuikens wordt, om huidbeschadigingen bij de andere
dieren te voorkomen, onverdoofd een stuk van de snavel gekapt (weggebrand).
Dit gebied is zeer sensitief gevoelig voor het kuiken.Beschadigingen
bij andere dieren geschiedt voornamelijk door overmatige stress en overbevolkte
leefomstandigheden
Ad 20) Ras- en geslachtsidentiteit. In alle sectoren van de intensieve
veehouderij is men erop gericht om door eenzijdige selectie door middel
van kruising en genetische manipulatie van rassen, het meest productieve
dier qua vlees- of eierenproductie te ontwikkelen. In de pluimveesector
is men daarin het verste gevorderd. Het vleeskuiken is hiervan een macabere
voorbeeld. In de veehouderij is de dikbilkoe een ander voorbeeld van
rasmanipulatie.Ook het experiment van klonen van dieren is op productie-verbetering
gericht.
Ad 21) Vervoerscondities. Jonge mannelijke
biggen worden onverdoofd gecastreerd om daarna dicht opeengepakt naar
Italië vervoerd te worden om verwerkt te worden tot Parmesaans ham.In
de vleeskuikensector wordt voor het vangen, laden en transporteren van
de vleeskuikens gebruik gemaakt van een z.g.n. containersysteem. Dit
systeem voorkomt dat tijdens het transport of vangen van de dieren,
een groot aantal dieren door stress doodgaat of verminkt aan de slachterij
afgeleverd wordt (effectief resultaat 50% minder gedode dan wel beschadigde
dieren). In feite is hiermede het dierenwelzijn gediend, echter het
systeem werd uitsluitend om economische redenen ontwikkeld. Elk dood
of beschadigd dier kost geld.
Ad 22) Waardige dood. Indien er voor het dier geen dierenlogica
is op de vorm van zijn sterven, wordt de ziel meegetraumatiseerd. Zo
zijn er in Nederland in een zeer korte periode bij de recente MKZ-uitbraak
in totaal 280 duizend dieren gedood binnen alle leeftijdsfasen zonder
bestaande dierenlogica voor hen. Dit heeft voor het collectieve zielenveld
ernstige gevolgen. Dieren logica ontstaat op basis van natuurlijk ingevingsinstinct,
bijvoorbeeld als het dier gedood wordt door hongersnood of ten prooi
valt aan een sterker dier.
Door gebruik te maken van rituelen voor slachting, is de dood voor een dier minder schrikwekkend en pijnlijk, waardoor het onstoffelijk lichaam van het dier zich gemakkelijker los kan maken van het stoffelijk lichaam. Er zijn nu vormen van slachting die het dier op zielsniveau beschadigen, zoals b.v. de koe die bij de slachterij voor doding tussen zijn ogen geschoten wordt in zijn 'derde oog' hetgeen een zielsorgaan is). Dit heeft tot gevolg dat het ziele-lichaam beschadigd wordt. Nu stelt de mens zijn consumptiedoel en economisch belang voorbij de offerbereidwilligheid van dieren met zware consequenties voor hen op ieder niveau.
|
Basiswaarden van het AllWinNetwerk 1. De essentie van alle spirituele waarden 2. De gulden regel van alle godsdiensten 3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap 3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid 3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede |
|
Preambule Overwegende, dat erkenning van de inherente
waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van
de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in
de wereld; Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens; Overwegende, dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tyrannie en onderdrukking; Overwegende, dat het van het grootste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen; Overwegende, dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw hebben bevestigd, en besloten hebben om sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in groter vrijheid te bevorderen; Overwegende, dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties, zich plechtig verbonden hebben om, in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal de eerbied voor en inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te bevorderen; Overwegende, dat het van het grootste belang is voor de volledige nakoming van deze verbintenis, dat een ieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden; Op grond daarvan proclameert de Algemene Vergadering deze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal, opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze verklaring voortdurend voor ogen, er naar zal streven door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen, en door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen, zowel onder de volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn, zelf, als onder de volkeren van gebieden, die onder hun jurisdictie staan: Artikel 1 Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen. Artikel 2 Een ieder heeft aanspraak op alle rechten
en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke
aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere
overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of
andere status. Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat. Artikel 3 Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon. Artikel 4 Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden. Artikel 5 Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Artikel 6 Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet. Artikel 7 Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling. Artikel 8 Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet. Artikel 9 Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning. Artikel 10 Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging. Artikel 11
Artikel 12 Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet. Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18 Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften. Artikel 19 Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven. Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22 Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden. Artikel 23
Artikel 24 Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon. Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
Artikel 28 Een ieder heeft recht op het bestaan van
een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en
vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden
verwezenlijkt. Artikel 29
Artikel 30 Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verkaring genoemd, ten doel hebben. |
Basiswaarden van het AllWinNetwerk 1. De essentie van alle spirituele waarden 2. De gulden regel van alle godsdiensten 3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap 3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid 3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede |