Basiswaarden van het All Win Network

Voor het afwegen van de belangen van de Aarde, Planten, Dieren en Mensen gaat het All Win Network uit van basiswaarden zoals:

De essentie van alle spirituele waarden

Psychosofia reikt aan:

Er is één Geest van waarheid en liefde,
Er is één Bron waaruit alle religies en godsdiensten zijn ontsproten.
Deze Bron is het hoogste zijn, door de mens o.a. vertaald in het woord God of de Vader.
De mens bepaalt zelf, naar gelang van cultuur-historische en sociaal maatschappelijke achtergronden, op welke wijze de ontvangen spirituele essentie vorm zal krijgen:

I De ene Bron van waarheid en liefde is de oorsprong en bestemming van al het geschapene.

Deze ene Bron van waarheid en liefde heeft een oneindige uitstraling van lichtende energieën.
In de oude religies werd dit gegeven door het menselijke bewustzijn vertaald als zijnde goden en godinnen.
De monotheïstische godsdiensten vertaalden hetzelfde gegeven van de oneindige uitstraling van lichtende energieën als aartsengelen, engelen, hooggeëvolueerde wezens en heiligen, de machten en krachten rond de troon van God.

De mens is het hoogst geëvolueerde bewustzijn op de planeet Aarde.
Hij is de drager van de goddelijke natuur en de realisatie daarvan in de stoffelijke menselijke natuur.
De hoogste macht van de mens is zijn eigen vrije wil in de verantwoordelijkheid daarvan.De mens is in zijn goddelijke natuur onvernietigbaar. In zijn stoffelijke menselijke realisatie is de mens gebonden aan de dood.
Zo zal de goddelijke natuur van de mens zich steeds weer opnieuw, daar zij onvernietigbaar is, in een stoffelijke menselijke incarnatie realiseren.
Het evolutieproces van het bewustzijn der mensheid op de planeet Aarde zal uiteindelijk bekroond worden door de werkelijke integratie leidend tot één-heid van de goddelijke natuur in de stoffelijke menselijke natuur.
Dan zal er zijn werkelijke gelijkwaardigheid van alle mensen in alle volkeren, gelijkwaardige verdeling van het voedsel der aarde, zonder overheersing door macht en gezag van persoonlijke belangen.
Zo zal de mensheid door haar eigen inzicht, individuele en collectieve verantwoordelijkheid, komen tot waarachtige broederschap in waarheid en liefde.

II De goddelijke natuur van de mens is de onsterfelijke ziel van de stoffelijke menselijke persoonlijkheid.De ziel bestaat uit twee componenten.

De ene component van de ziel is de éénheid met de goddelijke natuur.
De andere component van de ziel is gericht op de stoffelijke lichamelijke persoonlijkheid van de mens.
In deze op de stoffelijke lichamelijke persoonlijkheid van de mens gerichte component van de onsterfelijke ziel, liggen alle herinnerings-energieën opgeslagen uit de ontelbare levens op Aarde.
Over het algemeen zijn deze herinnerings-energieën onbewust in het stoffelijk denken van de mens.
Nu het bewustzijn van de wedergeboorte of re-ïncarnatie een grotere verbreiding krijgt, opent zich het bewustzijn van de mens hiervoor.
Veel mensen beleven hun eigen ervaringen hierin.
Iedere emotie, iedere gedachte, iedere handeling heeft een grote energetische kracht in het bewustzijn van de mens.
Zo ook in de wijze van realisatie ervan.
Alle emoties, gedachten en handelingen hebben hun basis in het onderbewustzijn van de mens.
Het onderbewustzijn van de mens is in éénheid met die component van de ziel, welke is gericht op de stoffelijke persoonlijkheid van de mens.
Deze component van de ziel is het reservoir waar de mens in ieder leven op Aarde zijn eigen menselijke persoonlijkheid door kleurt.
De biologische aspecten zullen altijd inhaerent zijn aan die aspecten van de ziel die om transformatie vragen.

III Een levensbeschouwing, een weg van lering om tot vernieuwde inzichten te kunnen komen.

Vrij van oude afhankelijkheid aan een persoonlijke God die straft of beloont.
Eénheid met de goddelijke natuur door de eigen vrije wil vanuit de eigen verantwoordelijkheid.
Psychosofia, een innerlijk religieuze weg, niet gebonden aan een uiterlijke religie of godsdienst, kan leiden tot een vernieuwd Christusbewustzijn.
Hiertoe werden drie sleutels gegeven:

  1. innerlijke zuivering van de schaduwkanten van het eigen denken en de eigen emoties
  2. innerlijke onthechting van de overheersing van de eigen begeerten en dwangmatigheden.
  3. innerlijke eenheid met de eigen goddelijke natuur.

De avatar (=gezondene) Boeddha bracht het bewustzijn van de kringloop van levens. Transformatie van negatieve aspecten van het karma leidt tot verlossing. Verlossing wil zeggen komen tot innerlijke vrijheid door inschakeling van de vrije wil vanuit de eenheid met de eigen goddelijke natuur.

De avatar Jezus de Christus bracht de realisatie van de goddelijke natuur in de mens, door zijn voorbeeld. Hij bracht de mensheid tot het punt van verlossing van het karma door zijn realisatie als mens vanuit de goddelijke natuur, door zijn acceptatie en overgave, door waarheid en liefde in werkelijke vergeving

Basiswaarden van het AllWinNetwerk

1. De essentie van alle spirituele waarden

2. De gulden regel van alle godsdiensten

3. Handvest van de aarde

3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap

3.2 Ecologische integriteit

3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid

3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede

4. De grondrechten van het gedomesticeerde dier

5. De rechten van de mens

 

 

 

2. De gulden regel van alle godsdiensten

Behandel anderen zoals je zelf

behandeld wilt worden

  

3. Handvest van de Aarde

Preambule:
We staan op een kritiek moment in de geschiedenis, een tijd waarin de mensheid haar toekomst moet bepalen. De wereld wordt steeds afhankelijker en kwetsbaarder. Onze toekomst draagt zowel een groot gevaar als een grote belofte in zich. Om vooruit te komen moeten we erkennen dat we, temidden van een weelderige verscheidenheid aan culturen en levensvormen, één menselijke familie zijn en één samenleving op aarde met een gemeenschappelijk lot. We moeten ons verenigen om een duurzame wereld-gemeenschap voort te brengen gebaseerd op respect voor de natuur, de universele Rechten van de Mens, economische rechtvaardigheid en een cultuur van vrede. Om dit te bereiken moeten wij, de volkeren van de aarde, onze verantwoordelijkheid uitspreken; ten opzichte van elkaar, de grotere leefgemeenschap en de toekomstige generaties.

De aarde, ons thuis. De mensheid maakt deel uit van het uitgestrekte universum. De aarde, ons thuis, is een unieke leefgemeenschap. De natuurkrachten maken van ons bestaan een veeleisend en onzeker avontuur, maar de aarde verschaft ook de omstandigheden die essentieel zijn voor de ontwikkeling van het leven. Het welzijn van de leefgemeenschap en de mensheid hangt af van het behoud van een gezonde biosfeer, in het bijzonder van schone lucht, zuiver water, vruchtbare grond en een rijke verscheidenheid aan planten, dieren en ecosystemen. Het milieu op aarde met haar uitputtelijke energiebronnen is een grote gemeenschappelijke zorg voor de gehele mensheid. De bescherming van de levens-vatbaarheid, diversiteit en schoonheid van de aarde is een heilige taak.

De situatie op de aarde.

De dominantie van productie en consumptie veroorzaakt enorme schade aan het milieu, uitputting van de natuurlijke rijkdommen en het massaal uitsterven van dier- en plantensoorten. Gemeenschappen worden bedreigd.
De voordelen van de ontwikkeling worden niet rechtvaardig verdeeld, waardoor de kloof tussen rijk en arm steeds groter wordt. Onrechtvaardigheid, armoede, honger, onwetendheid en gewapende conflicten zijn wijd verbreid en zijn oorzaak van groot lijden. De ongekende groei van de wereldbevolking heeft de sociale en economische systemen overbelast. Het fundament van de algemene veiligheid wordt daardoor bedreigd. Deze tendens is bijzonder gevaarlijk, maar niet onafwendbaar.

De keuze is aan ons: met vereende krachten voor de aarde en voor elkaar zorgen of de vernietiging van onszelf en de verscheidenheid van het leven riskeren. Fundamentele veranderingen in onze waarden en normen, gevestigde gewoontes, regels en levenswijze zijn noodzakelijk. We moeten ons realiseren dat als aan de basisbehoeften is voldaan, de menselijke ontwikkeling voornamelijk gaat over meer zijn, niet over meer hebben. We beschikken over de kennis en de technologie om in ieders behoeften te voorzien en om onze schadelijke invloed op het milieu te verminderen. De opkomst van een wereldburgermaatschappij biedt nieuwe mogelijkheden om een democratische en menselijke wereld op te bouwen. De uitdagingen op het gebied van milieu, economische, politieke, sociale en spirituele problemen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Samen kunnen we de oplossingen vinden om deze problemen op te lossen.

Universele verantwoordelijkheid.

Om deze doelstelling te realiseren moeten we de dringende noodzaak gaan inzien om onszelf te identificeren met de gehele wereldsamenleving én met onze eigen lokale gemeenschap. We zijn zowel burgers van verschillende naties als wereldburgers. Het lokale en het mondiale vloeien in elkaar over. Iedereen draagt verantwoordelijkheid voor het huidige en toekomstige welzijn van de mensheid en de rest van de wereld. De geest van menselijke solidariteit en verwantschap met alles wat leeft wordt versterkt wanneer we leven met eerbied voor het mysterie van het zijn en dankbaar zijn voor het feit dat we leven en nederig de plaats van de mens binnen het grotere geheel kunnen zien.

Het is absoluut noodzakelijk om een gemeenschappelijke visie te hebben op fundamentele waarden die de ethische basis verschaft voor de opkomende wereld-samenleving. Daarom bevestigen wij, verenigd in hoop, de volgende onderling afhankelijke beginselen voor een duurzame ontwikkeling die zullen dienen als gemeenschappelijke norm voor het gedrag van individuen, organisaties, ondernemingen, regeringen en transnationale instellingen.

Basiswaarden van het AllWinNetwerk

1. De essentie van alle spirituele waarden

2. De gulden regel van alle godsdiensten

3. Handvest van de aarde

3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap

3.2 Ecologische integriteit

3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid

3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede

4. De grondrechten van het gedomesticeerde dier

5. De rechten van de mens

 

De algemene uitgangspunten

1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap.

De aarde en het leven in al zijn verscheidenheid respecteren a. Erkennen dat alle schepsels onderling afhankelijk zijn en dat elke levensvorm, ongeacht zijn belang voor de mens, waardevol is.

Geloven in de inherente waardigheid van ieder individu en het intellectuele, artistieke, ethische en spirituele vermogen van de mensheid bevestigen.

2. Met begrip, compassie en liefde voor de gemeenschap zorgen.

Accepteren dat het recht op het bezit, beheer en gebruik van natuurlijke rijkdommen de verantwoordelijkheid met zich meebrengt milieuschade te voorkomen en de mensenrechten te beschermen.

Bevestigen dat grotere vrijheid, kennisen macht ook grotere verantwoordelijkheid met zich meebrengt om het algemeen belang te dienen.

3. Democratische maatschappijen opbouwen die rechtvaardig, betrokken, duurzaam en vreedzaam zijn.

Verzekeren dat gemeenschappen de mensenrechten en de fundamentele vrijheden op ieder niveau garanderen en iedereen in de gelegenheid stellen zich volledig te ontwikkelen.

Sociale en economische rech-tvaardigheid bevorderen die een ieder in staat stelt een veilig, ecologisch verantwoord en betekenisvol leven op te bouwen.

4. De rijkdommen en de schoonheid van de aarde voor de huidige en toekomstige generaties veiligstellen.

Erkennen dat de handelwijze van elke generatie bepaald wordt door de behoefte van toekomstige generaties.Waarden, tradities en regelgeving, die de menselijke gemeenschap en het ecologische systeem op de lange termijn ondersteunen, doorgeven aan toekomstige generaties.

Om deze onderling met elkaar verbonden ethische ideeën te verwezenlijken is het noodzakelijk:

 

Basiswaarden van het AllWinNetwerk

1. De essentie van alle spirituele waarden

2. De gulden regel van alle godsdiensten

3. Handvest van de aarde

3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap

3.2 Ecologische integriteit

3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid

3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede

4. De grondrechten van het gedomesticeerde dier

5. De rechten van de mens

II. Ecologische integriteit


5. De authenticiteit van de ecologische systemen van de aarde beschermen en herstellen, met speciale aandacht voor de biologische verscheidenheid en de natuurprocessen die het leven instandhouden en herstellen.

a. Op alle niveaus duurzame ontwikkelingsplannen en reglementering toepassen die het behoud en het herstel van het milieu een onderdeel maken van alle ontwikkelingsinitiatieven.
b. Levensvatbare natuur- en biosfeerreservaten aanleggen en waarborgen, inclusief de wildernis en de -zeegebieden, om de levensondersteunende systemen van de aarde te beschermen, de biologische diversiteit te behouden en onze natuurlijke erfenis te bewaren.
c. Het herstel van bedreigde diersoorten en ecosystemen bevorderen.
d. Niet-inheemse of genetische gemanipuleerde organismen, die schadelijk zijn voor de inheemse soorten en het milieu, beheersen en vernietigen en het invoeren van zulke schadelijke organismen voorkomen.
e. Het gebruik van hergebruikbare [recycleerbare] bronnen zoals water, grond, bosbouwproducten en het zeeleven beheren op een wijze die de regeneratieve waarden niet overschrijdt en die de gezondheid van ecosystemen beschermt.
f. De winning en het gebruik van niet hergebruikbare [recycleerbare] energiebronnen zoals mineralen en fossiele brandstoffen beheren op een wijze die uitputting minimaliseert en geen ernstige milieuschade veroorzaakt.

6. Het voorkomen van schade als de beste vorm van milieubescherming en, wanneer de deskundigheid beperkt is, voorzorg-maat-regelen nemen.

a. Tot handelen overgaan om de kans op ernstige of onherroepelijke schade aan het milieu te voorkomen, zelfs als het wetenschappelijke bewijs hiervoor onvolledig of niet overtuigend is.
b. De bewijslast bij diegenen leggen die stellen dat een bepaalde activiteit geen significante schade veroorzaakt en de verantwoordelijke partijen wettelijk aansprakelijk stellen voor milieuschade.
c. Verzekeren dat de besluitvorming gericht is op de cumulatieve, lange termijn, indirecte en wereldwijde consequenties van menselijke activiteiten.
d. Elke vorm van milieuvervuiling voorkomen en niet toestaan dat de hoeveelheid radioactieve, giftige of andere gevaarlijke stoffen toeneemt.
e. Militaire activiteiten die schadelijk zijn voor het milieu vermijden.

7. Consumptie-, productie- en reproduc-tieplan-nen toepassen die de regenererende capaciteiten van de aarde, de mensenrechten en het maatschappelijk welzijn respecteren en beschermen.

a. De materialen die gebruikt worden voor productie en consumptie verminderen, hergebruiken en recyclen en ervoor zorgen dat achterblijvend afval verwerkt kan worden door ecologische systemen.
b. Voorzichtig en efficiënt handelen waar het gaat om het gebruik van energie en zich in toenemende mate verlaten op energiebronnen als wind- en zonne-energie.
c. De ontwikkeling, toepassing en billijke overdracht van milieuvriendelijke technologieën bevorderen.
d. Alle milieukosten en sociale kosten van goederen en diensten in de verkoopprijs doorberekenen en de klant in staat stellen producten te kiezen die voldoen aan de hoogste sociale en milieueisen.
e. Universele toegang tot de gezondheidszorg verzekeren die zorgt voor reproductieve gezondheid en verantwoorde voortplanting.
f. Een levensstijl aannemen die de kwaliteit van het leven en de materiële toereikendheid in een eindige wereld benadrukt.

8. Het voortzetten van de studie van ecologische duurzaamheid en het bevorderen van een vrije uitwisseling en uitgebreide toepassing van de uit deze studie verkregen kennis.

a. De internationale wetenschappelijke en technische samenwerking ondersteunen met speciale aandacht voor de behoeften van ontwikkelingslanden.
b. De traditionele kennis en spirituele wijsheid uit alle culturen, die bijdragen aan de milieubescherming en het welzijn van de mensheid, erkennen en bewaren.
c. Verzekeren dat informatie die van vitaal belang is voor de volksgezondheid en de milieubescherming, inclusief genetische informatie, vrij toegankelijk is voor het publiek.

Basiswaarden van het AllWinNetwerk

1. De essentie van alle spirituele waarden

2. De gulden regel van alle godsdiensten

3. Handvest van de aarde

3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap

3.2 Ecologische integriteit

3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid

3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede

4. De grondrechten van het gedomesticeerde dier

5. De rechten van de mens

III. Sociale en economische rechtvaardigheid.


9. Armoede als ethisch, sociaal, economisch en ecologisch gegeven uitroeien.

a. Het recht op drinkwater, schone lucht, voedsel, niet-verontreinigde grond, onderdak en veilige afvalverwerking garanderen en de hiertoe benodigde middelen nationaal en internationaal toekennen.
b. Ieder individu in staat stellen onderwijs te volgen, ieder individu de middelen verschaffen om een duurzaam leven en sociale zekerheid op te bouwen, een vangnet bieden voor degenen die niet in staat zijn voor zichzelf te zorgen.
c. De veronachtzaamden erkennen, de kwetsbaren beschermen en degenen die lijden dienen en hen in staat stellen hun capaciteiten te ontwikkelen en hun doelen te verwezenlijken.

10. Verzekeren dat economische activiteiten en instellingen de menselijke ontwikkeling op elk niveau op een rechtvaardige en aanvaardbare wijze bevorderen.

a. Een rechtvaardige verdeling van rijkdom in en tussen landen onderling bevorderen.
b. De intellectuele, financiële, technische en sociale mogelijkheden van ontwikkelingslanden vergroten en hen ontheffen van drukkende internationale schulden.
c. Verzekeren dat elke vorm van handel het gebruik van duurzame middelen, het toepassen van milieubeschermende maatregelen en betere arbeids-omstandigheden ondersteunt.

d. Openbaarheid en transparantie van multinationals en internationale financiële instellingen eisen en hen aansprakelijk stellen voor de consequenties van hun activiteiten.

11. De gelijkheid van de seksen en de rechtsregels waarborgen als een noodzakelijke voorwaarde voor duurzame ontwikkeling en de universele toegang tot het onderwijs, de gezondheidszorg en economische groei.

De mensenrechten van vrouwen en meisjes zekerstellen en een eind maken aan elke vorm van geweld tegen hen.
b.De actieve deelname van de vrouw in elk aspect van het economische, politieke, civiele, sociale en culturele leven bevorderen en haar zien als volwaardige en gelijkwaardige partner, leider, beleidsmaker en begunstigde.
c. Het gezin te versterken en de veiligheid en liefdevolle zorg voor alle gezinsleden zeker stellen.

12. Zonder onderscheid te maken het recht van ieder individu op een natuurlijke en sociale omgeving, die zijn of haar waardigheid, fysieke gezondheid en geestelijk welzijn ondersteunt, respecteren en beschermen met bijzondere aandacht voor de rechten van inheemse volkeren en minderheden.

a. Discriminatie in al haar verschi-jningsvormen, zoals discriminatie naar ras, huidskleur, sekse, seksuele geaardheid, religie, taal en nationale, etnische of sociale achtergrond uitroeien.
b.Het recht erkennen van inheemse volkeren op hun spiritualiteit, kennis, grondgebied, natuurlijke rijkdommen en de hieruit voortvloeiende levenswijze waardoor zij in hun levensonderhoud kunnen voorzien.
c.De jongeren in onze gemeenschap respecteren en ondersteunen en hen in staat stellen een wezenlijke rol te vervullen in het creeren van een duurzame maatschappij.
d. Plaatsen van bijzondere culturele en spirituele waarde beschermen en restaureren.

Basiswaarden van het AllWinNetwerk

1. De essentie van alle spirituele waarden

2. De gulden regel van alle godsdiensten

3. Handvest van de aarde

3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap

3.2 Ecologische integriteit

3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid

3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede

4. De grondrechten van het gedomesticeerde dier

5. De rechten van de mens

IV. Democratie, geweldloosheid en vrede


13. Democratische instellingen op alle niveaus versterken en transparantie en verantwoord beleid verschaffen, inclusief de deelname aan besluitvorming en de toegang tot rechtspleging. a. Het recht van ieder individu op duidelijke en tijdige informatie over milieuzaken, ontwikkelingsplannen en activiteiten, die hem of haar aangaan of waar hij of zij belang bij heeft, verdedigen.
b. >De lokale, regionale en wereldwijde burgermaatschappij ondersteunen en de betekenisvolle deelname van alle geïnteresseerde individuen en organisaties aan besluitvorming bevorderen.
c. Het recht op vrijheid van mening en meningsuiting, vreedzame vereniging en vergadering en meningsverschil beschermen.
d. Toegang tot bestuurlijke en onafhankelijke gerechtelijke procedures toestaan met inbegrip van het voorkomen en vergoeden van milieuschade of de dreiging ervan.
e. Een einde maken aan corruptie in alle openbare en privé-instellingen.
f. De lokale gemeenschappen versterken en ze in staat stellen zorg te dragen voor de eigen omgeving en verantwoordelijkheid voor het milieu toewijzen tot op het bestuursniveau waar deze het meest effectief kan worden uitgevoerd. 14. De kennis, waarden en vaardigheden, die nodig zijn voor een duurzame levenswijze, in het reguliere onderwijs en levenslange kennisvergaring integreren.

a. Voor iedereen, en vooral voor kinderen en jongeren, educatieve mogelijkheden verschaffen die hen in staat stellen een actieve bijdrage te leveren aan duurzame ontwikkeling.
b. De bijdrage van alle kunstrichtingen en geesteswetenschappen alsook de wetenschappen die duurzaamheid aanmoedigen.
c. De rol van de massamedia in het bevorderen van de bewustwording van ecologische en maatschappelijke uitdagingen versterken.
d. Het belang van ethisch en spiritueel onderwijs, dat tot een duurzame levenswijze leidt, erkennen.

15. Alle levende wezens met respect en mededogen bejegenen.

a. Wreedheden tegen in de menselijke samenleving gehouden dieren voorkomen en ze voor lijden behoeden.
b. Wilde dieren beschermen tegen jacht- en vismethoden die extreem, langdurig of onnodig lijden veroorzaken.
c. De vangst van beschermde diersoorten volledig vermijden of verbieden.

16. Een cultuur van tolerantie, geweldloosheid en vrede bevorderen.

a. Wederzijds begrip, solidariteit en samenwerking tussen alle volkeren aanmoedigen en ondersteunen, op nationaal niveau en tussen landen onderling.
b. Uitgebreide strategieën toepassen om gewelddadige conflicten te voorkomen en gezamenlijke probleemoplossingen gebruiken om milieuconflicten en andere geschillen in de hand te houden en op te lossen.
c. Nationale veiligheidssystemen demilitariseren tot op het niveau van een niet-provocerend verdedi-gingsstandpunt en militaire hulpmiddelen voor vreedzame doeleinden, met inbegrip van ecologisch herstel, toepassen.
d. Biologische, giftige, nucleaire en andere massavernietigingswapens afschaffen.
e. Verzekeren dat het gebruik van de baan rond de aarde en de ruimte de milieubescherming en de vrede ondersteunt.
f. Erkennen dat vrede tot stand komt door een evenwichtige en harmonieuze relatie met onszelf, anderen, andere culturen, andere levensvormen, de aarde en het grotere geheel waar we allen deel van uitmaken.

De weg die voor ons ligt

Nog nooit eerder in de geschiedenis dwong het besef van ons gezamenlijke lot ons tot het zoeken naar een nieuw begin. De belofte van die vernieuwing ligt verankerd in de beginselen van dit Handvest van de Aarde. Om deze belofte in te lossen moeten we ons inzetten om de waarden en idealen van het Handvest van de Aarde toe te passen en te bevorderen.


Dit vereist een verandering in onze geest en in ons hart en een nieuw besef van wederzijdse afhankelijkheid en een daaruit voortvloeiende universele verantwoordelijkheid. We moeten vindingrijk de visie van een duurzame levenswijze ontwikkelen en haar lokaal, nationaal, regionaal en wereldwijd toepassen. Onze culturele diversiteit is een kostbare erfenis en de verschillende culturen zullen hun eigen kenmerkende manier vinden om deze visie te realiseren. We moeten de wereldwijde dialoog waar het Handvest van de Aarde uit voortkwam verdiepen en uitbreiden, want we kunnen veel leren van de voortgaande gezamenlijke zoektocht naar de waarheid en wijsheid.


In de praktijk van het dagelijks leven ontstaat er vaak wrijving tussen belangrijke waarden. Dit kan tot moeilijke beslissingen leiden. We moeten echter manieren vinden om diversiteit met eensgezindheid in harmonie te brengen, het uitoefenen van vrijheid met het algemeen belang, en korte termijndoelen met lange termijndoelen. Voor ieder individu, iedere familie, organisatie en samenleving is een belangrijke rol weggelegd. Kunst, wetenschap, religie, onderwijs-instellingen, niet-regerings-gebonden organi-saties, de media, het bedrijfsleven en regeringen worden alle opgeroepen tot creatief leiderschap. De samenwerking tussen regering, burger-maatschappij In het bedrijfsleven is van essentieel belang voor een effectief bestuur.

Om een duurzame wereldwijde samenleving op te bouwen moeten alle landen van de wereld hun betrokkenheid bij de VN vernieuwen, hun verplichtingen nakomen onder de bestaande internationale overeenkomsten en de beginselen van het Handvest van de Aarde toepassen door middel van een wettelijk bindend verdrag over milieu en ontwikkeling.

Laat dit tijdperk de geschiedenis ingaan als een tijdperk waarin een nieuw respect voor het leven, een sterke beslissing om duurzaamheid te bereiken, de versnelling in de strijd voor rechtvaardigheid en vrede, en de vreugdevolle viering van het leven ontwaken.

 

Basiswaarden van het AllWinNetwerk

1. De essentie van alle spirituele waarden

2. De gulden regel van alle godsdiensten

3. Handvest van de aarde

3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap

3.2 Ecologische integriteit

3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid

3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede

4. De grondrechten van het gedomesticeerde dier

5. De rechten van de mens

  4.   De grondrechten van het gedomesticeerde dier

Inleiding.In 40 jaar tijd ontwikkelde zich in Nederland  een agro-industrie van meer dan 37 miljoen kippen, bijna 44 miljoen slachtkuikens, een kleine 14 miljoen varkens, 4,5 miljoen rundvee en meer dan 1,5 miljoen schapen op dagbasis. Meer dan driekwart van deze intensieve veeteelt is op de export gericht. Het wezenlijke belang van het dier en zijn welzijn is in de loop van de jaren steeds meer ondergeschikt gemaakt aan economische belangen. De laatste jaren is er echter steeds opnieuw sprake van een catastrofe in de dierenwereld.Op grote schaal vinden er epidemieën en ziektes plaats, zoals de varkenspest, de gekke koeien ziekte, ziekte onder de kippen, en nu recent mond en klauwzeer (MKZ).Juist door de grote economische exportbelangen en de inbedding binnen een EU-verband, waarin een anti-vaccinatiebesluit in 19' verbood dieren in te enten, leek het enige antwoord daarop dat de dieren bij ziekte op gigantische grote schaal afgemaakt moesten worden. In verhullende taal wordt er gesproken over ruimen. Zo zijn er in de recente MKZ-crisis 280 duizend dieren alleen al gedood in  Nederland.Al eerder heeft Marieke de Vrij vanuit haar vele heldere vermogens op vele maatschappelijke terreinen gewerkt, waaronder dierenleed. Zij is in staat collectieve velden intuïtief, uiterst gedetailleerd te lezen, waardoor zij beschrijvingen afgeeft van het dierenleven zoals het dier zichzelf beleeft.Binnen de collectieve velden van dieren is het leed sterk toenemend en leidt tot steeds grotere catastrofes van degeneratie van diersoorten en ontzield leefgedrag.Beschrijvingen die zij hierover afgeeft raken de mensen diep omdat men niet het dier bekijkt maar voelend ervaart. Speciale publicaties zijn hierover beschikbaar of in de maak. De grondrechten van het gedomestiseerde dier behelzen slechts de samenvatting van haar ondervindingen.Zij publiceerde eerder over de varkenspest en de gekke koeienziekte in de volgende uitgaven:  'Hebben de varkens de pest aan ons gekregen?' en 'Koeioneert de mens de koe?;

 (Te bestellen; zie aan het slot van de inleiding.)

 

Het doorgeven van de Grond-Rechten van het Gedomesticeerde Dier is essentieel om de intrinsieke waarde van het dier te herstellen en zo zijn positie en taak hier op aarde weer dierwaardig te laten zijn. Daarnaast is het noodzakelijk dat de mens het wezenlijke contact en de werkelijke taak van de mens als Behoeder van het Dier, weer op zich neemt. De mens is zich nog te weinig bewust van de wederzijdse afhankelijkheid van het dier ten opzichte van de mens. Hij heeft nauwelijks contact meer met de werkelijke betekenis die het dier heeft voor de mens en op bewust niveau is te vaak de band met het dier verbroken. Op wezenlijk niveau kan dit niet, vandaar dat als het ware, de natuur ingrijpt om de mens tot herstel te dwingen.Vanuit allerlei groeperingen en instituties die op het Dierenwelzijn werkzaam zijn, wordt deze proep steeds beter begrepen. Men is zich er steeds meer van bewust dat, willen er de komende jaren niet opnieuw allerlei catastrofes en ziektes zich voordoen onder de gedomesticeerde dieren, het roer drastisch om zal moeten. Er zal echt gekeken moeten worden hoe het dier in zijn wezenskenmerken het beste tot zijn recht kan komen en gediend wordt en uiteindelijk hiermee ook het beste in verbinding met de mens functioneert.Deze Grond-Rechten van het Gedomesticeerde Dier kunnen hierbij een ijkfunctie vervullen.Noodzakelijk is dat deze rechten, waarin vele specifieke aanvullingen staan, in  samenhang  met reeds bestaande en eerder geformuleerde rechten van andere Dieren-organisaties,  op grote schaal bekendheid gaan verkrijgen en dat allerlei individuen, groeperingen en instanties, met name deoverheid, deze gaan erkennen en ze als richtsnoer gaan gebruiken in hun visie om tot een echt dierwaardig beleid te komen. Het is een noodzakelijke stap, wil de mens zijn taak als Behoeder van het Dier weer echt op zich nemen.Voor meer informatie over het werk van Marieke de Vrij: Stichting MV4, tel 030-2718813  E-mail: sec@mariekedevrij.org. Internet: www.mariekedevrij.org De volgende rapporten zijn te bestellen:-Koeioneert de mens de koe ? (f.31.-)-Hebben de varkens de pest aan ons gekregen? (f.18.50)Betaling via girorekening  7409374 t.n.v. Stichting MV4, Hazerswoude of Bankrekening Triodosbank Zeist, nr 21.21.76.498. Graag titel van het rapport vermelden.

 

Grond-Rechten van het Gedomesticeerde Dier.

 

Het rechtmatig zichzelf aanwezig weten op aarde, en zich daarmee goed te weten

Het recht op het uiten van de natuurlijke evolutiedrang.

Het recht om binnen de omgang met soortgenoten, waar strikt soortspecifieke normen  gehanteerd worden, de eigen rechten te verkennen.

  1. Het recht om zich binnen zijn eigen gemeenschap opgenomen en goed te voele n.
  2. Het recht op een zodanige leefsituatie dat het telepatisch contact van dieren onderling niet overstemd en verstoord wordt.
  3. Het recht zich te verlustigen vanuit speelgenot.
  4. Het recht op gezond water en voedsel, dat natuureigen zelf gevonden is.
  5. Het recht op een natuurlijke leefwijze in verbondenheid met het natuurlijke dag- en nachtritme en de kosmische cycli van de seizoenen
  6. Het recht op beschutting, indien het dit behoeft voor zijn constitutie ter overleving van   wintertijden of barre weersinvloeden.
  7. Het recht op een passende en comfortabele ondergrond qua oppervlakte en grondstructuurafgestemd op identiteit, leefwijze en  lichaamsbouw opdat hoeven- en potenstructuur gezond  blijven.
  8. Het recht op het zelf innemen van voedsel.
  9. Het recht alle natuurlijke, kenmerkende leeftijdsfases door te maken, wanneer er geen wezenlijke noodzaak is dit te doorbreken.
  10. Het recht op gezondheidsbevorderende omstandigheden van de mens naar het dier.  
  11. Het recht om middels ziekte zich uiteindelijk sterker te weten of  te sterven en daarmee natuurlijke rasontwikkeling mogelijk te maken.  
  12. Het recht op natuurlijke voortplantingsrituelen en ritmes.  
  13. Het recht om zijn of haar eigen nageslacht te koesteren en te beminnen op een lijfelijk geaarde wijze, waardoor het dier dat geboren is, zijn bestaansrecht kan erkennen en soort-identiteit kan ontwikkelen, gedurende de tijd die het jonge dier hiervoor nodig heeft.  
  14. Het recht om op soortspecifieke wijze tot rouwverwerking te komen bij het verlies van nageslacht, zoals bij misgeboorte, sterfte en weghaling en bij iedere andere vorm van rouw, waaronder verlies van partner of soortgenoten.  
  15. Het recht op zelfoverleving wanneer er niet een natuurlijke schikking van het dierzelf uit plaatsvindt, binnen dat wat hem opgelegd wordt.  
  16. Het recht niet onnodig  geofferd te worden voor doelen die zijn wezen of het  collectieve veld van soortgenoten, ontkrachten
  17. Het recht op behoud van ras- en geslachtsidentiteit, waardoor niet dieroneigen,proefmatig met  hen omgegaan wordt.
  18. Het recht zichzelf als waardig te beleven binnen vervoerscondities.
  19. Het recht op een, zijn wezen waardige, gerespecteerde dood, wanneer onvermijdelijk van buitenaf de dood wordt toegebracht.  

Toelichting op de Rechten.

 

Algemeen.

Het formuleren van deze rechten van het dier is noodzakelijk om het dier tot uitkristallisatie te laten komen van zijn eigen bewustzijn. Dit houdt in dat aan een aantal fundamentele grondrechten en behoeftes van het dier voldaan moet worden, afgestemd op zijn aard en wezen en in samenhang met zijn taak en positie ten opzichte van de mens en omgekeerd.De mens is behoeder van de schepping en daarmee van de dieren. Uitgangspunt is dat mens en dier in een grote onderlinge en van elkaar afhankelijke samenhang verbonden zijn. Uitgangspunt is tevens dat deze onderlinge samenhang en verbondenheid op grote schaal in het collectief veld verbroken is, met alle noodlottige gevolgen vandien.

 

Op onderdelen.

Ter verduidelijking van de 22 rechten volgt op elk recht een korte toelichting met voorbeelden waarin de grond-rechten geschonden worden.Hierbij is gebruik gemaakt van voorbeelden van gedomesticeerde dieren die in Nederland de grootste aantallen vormen: kippen (500 miljoen), varkens (40 miljoen) en koeien (4 miljoen), die op jaarbasis geconsumeerd worden.Een belangrijke informatiebron over feitelijkheden, die bij de voorbeelden genoemd wordt, komt uit een onderzoek van de Universiteit van Wageningen over het welzijn van dieren in de veehouderij (93In het belang van het dier Francien H. de Jonge/Eric A.Goewie. van Gorcum 2000. ISBN 90 232 35541) Een bijzonder waardevol boek en beslist een aanrader om het te lezen.

Ad 1) Het rechtmatig aanwezig en goed zijn. Dit recht geeft aan dat elk dier geschapen is met een specifiek en wezenlijk waardevol doel.

Ad 2) Natuurlijke evolutiedrang. Het is belangrijk dat ieder dier in vrijheid zichzelf en zijn eigen aard kan waarnemen als voortkomend uit een ras dat het middels zijn tussenkomst voortzet. Daarmee bouwt hij voort op dat wat reeds voor hem is neergelegd. De mens belemmert de natuurlijke evolutiedrang van de dieren door in  te grijpen en wezenlijke veranderingen te bewerkstelligen o.a. door genetische manipulaties en klonen.Een voorbeeld van genetische manipulatie is de dikbilkoe, waarbij sprake is van een eenzijdige fokstrategie, die gericht is op bevleesdheid. De gevolgen hiervan zijn dat deze dieren niet meer op een normale wijze kalveren kunnen krijgen, omdat de kalveren door een extreme bespiering te groot zijn voor de bekkendoorgang. 80% van de kalveren van de dikbilkoe, worden met een keizersnede ter wereld gebracht. Bij normale runderen is dat 1,7%.Een ander voorbeeld is het vleeskuiken. In de pluimveesector zijn de vleeskuikenrassen zo gefokt dat zij zoveel mogelijk groeien in zo min mogelijke tijd. Binnen 6 weken bereiken vleeskuikens een slachtgewicht van 1.8 tot 2.2 kg en groeien gemiddeld per dag 80 gram. Een vergelijkbare gewichtstoename zou bij mensen betekenen dat een baby na 6 weken ongeveer 120 kg zou moeten wegen. Een dergelijke 'groeistuip' heeft ernstige gevolgen voor de skeletgroei , de capaciteit van de longen en het hart. Een gevolg hiervan is o.a. dat dedieren letterlijk dood vallen. Ze worden dagelijks tot het uiterste vetgemest, incalculerend dat dat iedere dag slachtoffers vraagt. Het totaal aantal vleeskuikens in Nederland bedraagt momenteel 48.3 miljoen  op dagbasis. Er is een onderzoek gaande waarin deze gezondheids - en welzijns­problemen bij vleeskuikens worden onderzocht in een samenwerkingproject tussen het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen.De invalshoek van het onderzoek is er echter op gericht om 'welzijnswinst' te behalen bij gelijkblijvende productie-efficiëntie. Ofwel, de vraag is hoe sterk het dierenwelzijn opweegt tegen het economische belang. De eenzijdige gerichtheid op zoveel mogelijk productie (bulk) en zo groot mogelijke winst, zorgt dat er geen oog kan zijn voor het dierenwelzijn.Met name komt dat specifiek tot uitdrukking in de wijze waarop men met het mannelijke dier omgaat.In wezen is er sprake van een enorme genocide onder mannelijke consumptiedieren.Het mannetjesdier heeft in economisch opzicht minder nut en fungeert uitsluitend voor b.v. de voortplanting en versnelde vleesproductie. Echter omdat er in bijna alle sectoren met kunstmatige inseminatie wordt gewerkt, vergt dit een beperkt aantal dieren. Met name bij stieren is een extreem kleine groep fokstieren verantwoordelijk voor het nageslacht van de koe in Nederland.Zo wordt het mannelijk big onverdoofd gecastreerd om vervolgens in 17 weken vetgemest te worden tot 110 kg, om b.v. tot parmaham te worden verwerkt in  Italië. Op jaarbasis worden 40 miljoen eendagshaantjes levend versnipperd in  de shredder of door middel van gas gedood.

 

Ad 3) Verkenning van eigen rechten. Dicht opeengepakt hebben dieren geen mogelijkheid tot rituele bewegingen, zoals bijvoorbeeld de rituelen  tussen mannetjesdieren ter bevestiging van leiderschap of bijvoorbeeld paringsdansen.Mannelijke en vrouwelijke dieren worden uitsluitend op 'productie-niveau' nog met elkaar in contact gebracht, zoals in de pluimveesector (vleeskuikenouderdierbedrijven), wordt per tien hennen een haan geplaatst. Bij deze hanen worden onder andere de sporen en teenkootjes verwijderd om beschadiging van de hennen tijdens de bevruchting te voorkomen

 

Ad 4) Eigen gemeenschap. Het kalf  wordt direct na de geboorte gescheiden wordt van de koe en het big na 3 tot 4 weken afgespeend  van de zeug, hierdoor is er geen mogelijkheid voor de jonge dieren om via spelgedrag en voorbeeldgedrag van het oudere dier zich te kunnen identificeren en een soort-eigen gedrag te kunnen ontwikkelen. Kuikens die uitgebroed zijn in de broedmachine verliezen daardoor heel primair hun natuurlijk basis- identiteitsgevoel. Zij ervaren namelijk niet eens de moederkip bij het uitbroeden en bij de geboorte

 

Ad 5) Telepatisch contact. Wil het dier wezenlijk aarden en zijn eigen identiteit op een dierwezenlijke wijze vorm geven, dan moet het dier in een omgeving verkeren waarin geen overstemmende geluiden van allerlei aard ofandere blokkerende invloeden die het telepatisch contact in de weg staan, aanwezig zijn. Indien dit wel het geval is, dan kan het dier onvoldoendetot geen telepatisch contact onderhouden met zijn soortgenoten. Dittelepatisch contact vindt ondermeer plaats doordat dieren beelden in hun geest creëren die door soortgenoten opgenomen worden, bijvoorbeeld beeldenvan voer, water, paringsgedrag etcetera. Indien in de omgeving te overstemmende geluiden zijn, raakt het dier verdoofd82 in zichzelf gekeerd innerlijk uitgeput en kan zichzelf daarna innerlijk niet meer verstaan binnen zijn wezenskenmerken en aanvoelend naar andere dieren openstaan. Als voorbeeld: In de legbatterijen in de kippenindustrie verblijven tienduizenden kippen in hokken, opeengestapeld in kooien in een oorverdovend gekrakeel, dat voornamelijk uit nood voortkomt.

 

Ad 6) Speelgenot. In deze gaat het om het prikkelen van de zintuigen vanuit een aangename ervaring, waardoor het dier zelfgenoegen ervaart in relatie tot zichzelf en anderen. Zo vinden varkens bijvoorbeeld modderbaden heerlijk, koeien kunnen 's nachts intens genietend naar de sterrenhemel kijken en kippen houden van stofbaden.

 

Ad 7) Gezond water en voedsel. Voorbeelden hiervan zijn insecticiden en andere vormen van verontreiniging, waaronder ook de hormonen van de pil die door de vrouw uitgescheiden worden en via het riool in het slootwaterterechtkomen en zodoende  de gezondheid en vruchtbaarheid van de dieren bedreigen.Dieren missen hun eigen zoekgedrag naar natuurlijk zelfgevonden voedsel. Nu dienen zij te eten wat hen aangeboden of opgedrongen wordt. (zie hiervoor verder ad 11).Zo eten runderen  van nature vegetarisch voedsel, in weerwil hiervan kregen  deze dieren tot voor kort dierlijk voedsel toegediend, zoals beenderenmeel. Hieraan wordt onder andere het ontstaan van de BSE-ziekte toegekend.

 

Ad 8) Natuurlijk dag- en nachtritme. Vele dieren leven niet meer in een natuurlijke omgeving buiten. Honderden miljoenen dieren waaronder kippen) verblijven dag en nacht in hokken en stallen waarin normaal daglicht niettot minimaal aanwezig is en zij daardoor altijd of voornamelijk bij kunstlicht moeten verblijven. Zo is de wettelijk verplichte lichtsterkte bij de varkenshouderij zeer laag en in de stallen op dierhoogte 12 lux.In stallen en legbatterijen wordt het licht in een keer aangedaan en gedoofd, zodat er geen natuurlijke overgang is met een schemerfase.

 

Ad 9) Beschutting. Koeien worden bijvoorbeeld langdurig binnengehouden, soms zelfs permanent, ondanks weersomstandigheden buiten, waarin het goed mogelijk zou zijn om overdag enige tijd of langdurig buiten te vertoeven.Het zou hun weerbaarheid verhogen en hun constitutie versterken als de dieren ook in winteromstandigheden regelmatig gelucht zouden worden.

 

Ad 10) Passende ondergrond. De hoeven- en potenstructuur van het dier zijn wezenlijk van belang voor het weet hebben van de eigen identiteit. Indien de omgeving niet voldoet aan een aantal basisvoorwaarden, die een goede conditie van de hoeven of poten van het dier waarborgen, dan wordt zijn identiteit wezenlijk aangetast. Bij alle dieren in de intensieve veehouderij speelt poot-, hoef- dan wel klauwproblematiek.In de pluimveesector en met name bij de vleeskuikens ontstaan door de overmatige vervetting, o.a. pootbreuken en degeneratie-verschijnselen van het ras.Tevens is er in de varkenshouderij sprake van pootgebreken. Schrijnend is wat met de fokzeugen gebeurt. Door het moeten verblijven in te krappe ligboxen en een te hoge, geforceerde biggenproductie (gemiddeld twee maal  per jaar 10 biggen), wordt bij 8% van de dieren kreupelheid gesignaleerd en bij 86% klauwlesies. In zijn algemeenheid wordt de kans op pootgebreken nog eens versterkt door roostervloeren en glibberige betonvloeren.

 

Ad 11) Het zelf innemen van voedsel. Vooral in de pluimvee- en varkenssector is er sprake van een voederbeleid dat gericht is op zo optimaal mogelijk 'produceren' cq vetmesten, dan wel juist niet vetmest en. De dieren krijgen onnatuurlijk voedsel opgedrongen, waar ze in natuurlijke omstandigheden kieskeurig naar zouden zijn. Dit kant- en klare voedsel leidt o.a. tot gebitsdegeneratie en speekselproblemen. Het zelf vinden van voedsel wordt hen onthouden, zoals kippen de hele dag graag scharrelen en het varken steeds de behoefte heeft om in de grond te wroeten en te foerageren.Fokzeugen krijgen op de meeste bedrijven tweemaal daags voederbrokken die ze in ongeveer vijf tot tien minuten verorberd hebben. Deze voeding voldoet  aan de minimale nutritionele behoefte, maar is mede veroorzaker van een zeer beperkt verzadigingsgevoel en tot het veelvuldig optreden van stereotiep gedrag en zelfs vormen van volledige apathie.Bij kippen en met name bij vleeskuikens  wordt misbruik gemaakt van het geen maat kunnen houden bij het eten, (door een ontregelde hypothelamus).Hierdoor komt de krop tevol  te zitten en wordt de luchtpijp deels dichtgedrukt en lijdt het dier aan zuurstofgebrek.

 

Ad 12) Natuurlijke, kenmerkende leeftijdsfasen. Het gemiddelde consumptiedier haalt vaak niet eens 1/6 van zijn natuurlijk gemiddelde leeftijd. Dit heeft als gevolg dat er onvoldoende inlevingsvermogen bestaat op het niveau van alle leeftijdscategorieën die voor het dier haalbaar zijn. Versterkte degeneratie en de langdurig doorwerkende gevolgen van inteelt kunnen onvoldoende waargenomen worden. Bijvoorbeeld bij het koeienras. Een mannetjeskalf wordt gemiddeld 3 maanden, terwijl een volwassen stier 17 tot 18 jaar kan worden.Een ander voorbeeld is de fokzeug. Door de wijze waarop er met hen wordt omgesprongen, zijn de dieren binnen twee tot twee en half jaar 'opgebrand en worden vervangen door weer 'verse dieren'. De geschatte levensduur voor varkens onder natuurlijke omstandigheden is 12 tot 15 jaar.Een kip kan normaliter ongeveer 7 jaar oud worden.

 

Ad 13) Gezondheidsbevorderende omstandigheden. Bij voldoende ruimte voor dieren om te leven, wordt de doorbloeding en het spierstelsel versterktdoor de natuurlijke bewegingsloop.Echter in de pluimvee- en varkenssector is er een strijd gaande tussen de overheid als wetgever en de sector om met zo krap mogelijk bemeten ruimte, zoveel mogelijk dieren te 'huisvesten'.Een strijd die over vierkante centimeters gaat. Zo is in de leghenhouderij, per hen de beschikbare ruimte zo beperkt, dat een groot aantal voor een kip normale gedragingen niet mogelijk zijn, zoals geheel rechtop staan, allerlei rek- en strekbewegingen, het slaan met de vleugels, het innemen van afstand tot een ander dier etc. Dan kunnen ze geen stofbad nemen, is er geen legnest aanwezig en ontbreek het aan een zitstok.Aangezien men nu uit 'jarenlang' onderzoek heeft geconstateerd dat dit het welzijn van de dieren ernstig schaadt, is er recent( juli 1999) een Europese regelgeving tot stand gekomen, die de leghenbatterij in zijn huidige vorm verbiedt vanaf 1 jan. 2012 !!  Tussentijds moet de ruimte per 2003 per hen vergroot worden van 450 vierkante centimeter, naar 550 cm. Dit betekent altijd nog dat het dier te krap behuisd is en o.a. nog steeds niet zijn vleugels kan uitslaan.Een ander macaber voorbeeld is de fokzeug in de ligbox van 55-65 breed en 180-190 cm lang, tussen hekwerken in, hierin kan het dier slechts staan, zich niet keren en om te gaan liggen, moet het zich laten vallen en steken zijn poten uit tegen het dier aan naast zich in het hok.

 

Ad 14) Opbouw natuurlijke afweerstoffen. Een voorbeeld hiervan is dat gemiddeld het sterfterisico bij een mond en klauwzeer uitbraak 5% van de besmette dieren is, als de ziekte normaal zou kunnen uitwoeden. Bovendien zouden de overgebleven dieren meer resistent zijn geworden. Ad 15) Natuurlijke voortplantingsrituelen en ritmes. Sommige topkoeien in de V.S. worden dusdanig met hormonen bewerkt om tijdens een enkele eisprong  10-15 eitjes te produceren. Deze worden vervolgens verwijderd en kunstmatig bevrucht, naar Nederland vervoerd in een levend konijn, om hier middels draagmoederschap van koeien, kalveren te produceren. Deze koeien zijn eveneens via hormonale toediening daarop voorbereid. Ten gevolge van de huisvesting en de hoge reproductie-eisen, ontstaat er bij de fokzeug een chronische stress die negatief inwerkt op de vruchtbaarheid en de bronstigheid van de fokzeugen.Ten gevolge hiervan is het in de varkenshouderij regel dat de fokzeugen met hormoonpreparaten worden ingespoten om weer bronstig te worden en om vroegtijdig drachtig te worden.Hetgeen bij zoogdieren o.a. tot verslapping van het buikweefsel leidt.Als extra 'productievoordeel' wordt gezien dat door toediening van deze preparaten en kunstmatige inseminatie, dieren synchroon bevrucht kunnen worden in 'productiegroepen', zodat  de varkenshouderij zo effectief  mogelijk gemaakt wordt.Biggen worden na 3 tot 4 weken 'gespeend' (van de zeug weggehaald), bij  een natuurlijk proces zou tot 10 weken zijn. Doordat de biggen op veel te jonge leeftijd over moeten gaan naar vast voer, leidt dat tot grote verstoring van hun maagdarmstelsel. De biggen krijgen o.a. last van 'speendiarree Door middel van antibiotica, groeibevorderaars en zink- en koperproducten, worden deze symptomen bestreden. Dit heeft weer gevolgen voor de volksgezondheid.Bij zeugen die in familieverband zijn opgegroeid worden minder biggetjes doodgedrukt.Bij kippen veronderstelt men dat pikken en kannibalisme minder voorkomt als een kuiken het sociale gedrag van de hen kan imiteren.

 

Ad 16). Ontwikkelen van bestaansrecht en soortidentiteit. Wil het dier overeenkomstig zijn aard en identiteit op een gezonde evenwichtige wijze voortleven en een goed nageslacht voortbrengen, dan is het van wezenlijk belang dat het na de geboorte gekoesterd en bemind kan worden door zijn ouders c.q. het moederdier. Vanuit de menselijke productiedrang wordt dit honderden miljoenen dieren in Nederland ontzegd.

 

Ad 17) Rouwverwerking. Op dit moment worden op grote schaal en op grove wijze jonge dieren bij de ouder(s) weggehaald, zonder ruimte voor rouwverwerking. Zowel voor het jong als voor de ouder(s) heeft dit wezenlijke gevolgen voor de gezondheid en identiteit van de soort. De familie- en groepsverbanden worden oneigenlijk en onnatuurlijk doorbroken, zoals bij varkens, die van nature in familiegroepen leven.Daarnaast bestaat de collectieve rouw omtrent vervroegd levensverlies.

 

Ad 18) Zelfoverleving. In abattoirs vinden zeer emotionele, dramatische taferelen plaats, gepaard gaande met heftige angstgevoelens bij de dieren. Dieren die zich werkelijk schikken om te sterven ervaren natuurlijke offerbereidheid  hieraan. Wanneer het dier zich niet schikt gaan we voorbij aan zijn eigen bewustzijnsrecht.

 

Ad 19) Onnodige offerbereidheid. In alle sectoren van de intensieve veehouderij (vooral in de kippen- en varkenshouderij) worden dieren op grote schaal misbruikt en opgeofferd.Xenotransplantatie is een bekend voorbeeld van inbreuk op dit recht. Als voorbeeld het doneren van hartkleppen van varkens aan menselijke patiënten. In de pluimveesector worden b.v. slachtkuikenouderdieren opaparte bedrijven gehouden. Dit zijn de dieren die de eieren produceren waaruit de vleeskuikens geboren worden. Om een zo groot mogelijke eierproductie te verkrijgen (829 miljoen eieren per jaar) worden slachtkuikenouderdieren, om vervetting, skeletmisvormingen, hart-en longproblemen tegen te gaan, op rantsoen gezet. Hun rantsoen is 40% van wat ze normaal zouden eten. Het gevolg is dat de dieren honger lijden en afwijkend gedrag gaan vertonen zoals agressie, stereotypieën en verenpikken.Bij kuikens wordt, om huidbeschadigingen bij de andere dieren te voorkomen, onverdoofd  een stuk van de snavel gekapt (weggebrand). Dit gebied is zeer sensitief gevoelig voor het kuiken.Beschadigingen bij andere dieren geschiedt voornamelijk door overmatige stress en overbevolkte leefomstandigheden

 

Ad 20) Ras- en geslachtsidentiteit. In alle sectoren van de intensieve veehouderij is men erop gericht om door eenzijdige selectie door middel van kruising en genetische manipulatie van rassen, het meest productieve dier qua vlees- of eierenproductie te ontwikkelen. In de pluimveesector is men daarin het verste gevorderd. Het vleeskuiken is hiervan een macabere voorbeeld. In de veehouderij is de dikbilkoe een ander voorbeeld van rasmanipulatie.Ook het experiment van klonen van dieren is op productie-verbetering gericht.

 

Ad 21) Vervoerscondities. Jonge mannelijke biggen worden onverdoofd gecastreerd om daarna dicht opeengepakt naar Italië vervoerd te worden om verwerkt te worden tot Parmesaans ham.In de vleeskuikensector wordt voor het vangen, laden en transporteren van de vleeskuikens gebruik gemaakt van een z.g.n. containersysteem. Dit systeem voorkomt dat tijdens het transport of vangen van de dieren, een groot aantal dieren door stress doodgaat of verminkt aan de slachterij afgeleverd wordt (effectief resultaat 50% minder gedode dan wel beschadigde dieren). In feite is hiermede het dierenwelzijn gediend, echter het systeem werd uitsluitend om economische redenen ontwikkeld. Elk dood of beschadigd dier kost geld.

 

Ad 22) Waardige dood. Indien er voor het dier geen dierenlogica is op de vorm van zijn sterven, wordt de ziel meegetraumatiseerd. Zo zijn er in Nederland in een zeer korte periode bij de recente MKZ-uitbraak in totaal 280 duizend dieren gedood binnen alle leeftijdsfasen zonder bestaande dierenlogica voor hen. Dit heeft voor het collectieve zielenveld ernstige gevolgen. Dieren logica ontstaat op basis van natuurlijk ingevingsinstinct, bijvoorbeeld als het dier gedood wordt door hongersnood of ten prooi valt aan een sterker dier.

Door gebruik te maken van rituelen voor slachting, is de dood voor een dier minder schrikwekkend en pijnlijk, waardoor het onstoffelijk lichaam van het dier zich gemakkelijker los kan maken van het stoffelijk lichaam. Er zijn nu vormen van slachting die het dier op zielsniveau beschadigen, zoals b.v. de koe die bij de slachterij voor doding tussen zijn ogen geschoten wordt in zijn 'derde oog' hetgeen een zielsorgaan is). Dit heeft tot gevolg dat het ziele-lichaam beschadigd wordt. Nu stelt de mens zijn consumptiedoel en economisch belang voorbij de offerbereidwilligheid van dieren met zware consequenties voor hen op ieder niveau.

 

 

Basiswaarden van het AllWinNetwerk

1. De essentie van alle spirituele waarden

2. De gulden regel van alle godsdiensten

3. Handvest van de aarde

3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap

3.2 Ecologische integriteit

3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid

3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede

4. De grondrechten van het gedomesticeerde dier

5. De rechten van de mens

5   De rechten van de mens

Preambule

Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld;

Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens;

Overwegende, dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tyrannie en onderdrukking;

Overwegende, dat het van het grootste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen;

Overwegende, dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw hebben bevestigd, en besloten hebben om sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in groter vrijheid te bevorderen;

Overwegende, dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties, zich plechtig verbonden hebben om, in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal de eerbied voor en inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te bevorderen;

Overwegende, dat het van het grootste belang is voor de volledige nakoming van deze verbintenis, dat een ieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden;

Op grond daarvan proclameert de Algemene Vergadering deze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal, opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze verklaring voortdurend voor ogen, er naar zal streven door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen, en door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen, zowel onder de volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn, zelf, als onder de volkeren van gebieden, die onder hun jurisdictie staan:

Artikel 1

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Artikel 2

Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.

Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

Artikel 3

Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.

Artikel 4

Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

Artikel 5

Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

Artikel 6

Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet.

Artikel 7

Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.

Artikel 8

Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.

Artikel 9

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.

Artikel 10

Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.

Artikel 11

  1. Een ieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.
  2. Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.  

Artikel 12

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.

Artikel 13

  1. Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.
  2. Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.

Artikel 14

  1. Een ieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.
  2. Op dit recht kan geen beroep worden gedaan ingeval van strafvervolgingen wegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 15

  1. Een ieder heeft het recht op een nationaliteit.
  2. Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.

Artikel 16

  1. Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.
  2. Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.
  3. Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.

Artikel 17

  1. Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.
  2. Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.

Artikel 18

Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.

Artikel 19

Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.

Artikel 20

  1. Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
  2. Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.

Artikel 21

  1. Een ieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.
  2. Een ieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.
  3. De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.

 

Artikel 22

Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.

Artikel 23

  1. Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.
  2. Een ieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.
  3. Een ieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.
  4. Een ieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.

Artikel 24

Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Artikel 25

  1. Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
  2. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.

Artikel 26

  1. Een ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor een ieder, die daartoe de begaafdheid bezit.
  2. Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.
  3. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Artikel 27

  1. Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.
  2. Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.

Artikel 28

Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt. Artikel 29

  1. Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.
  2. In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische gemeenschap.
  3. Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 30

Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verkaring genoemd, ten doel hebben.

Basiswaarden van het AllWinNetwerk

1. De essentie van alle spirituele waarden

2. De gulden regel van alle godsdiensten

3. Handvest van de aarde

3.1 Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap

3.2 Ecologische integriteit

3.3 Sociale en economische rechtvaardigheid

3.4 Democratie, geweldloosheid en vrede

4. De grondrechten van het gedomesticeerde dier

5. De rechten van de mens